Sinds 1 juli 2026 heeft veiligheidscultuur een cijfer. Niveau 3 op de veiligheidsladder staat inmiddels zwart-op-wit in aanbestedingen binnen de bouw en infra, verplicht voor elke leverancier met meer dan vijf medewerkers op contracten boven de €100.000. Grote opdrachtgevers nemen het gewoon op in de contractvoorwaarden: certificeer je, of doe niet mee.
En daar gaat het bij veel bedrijven meteen mis. Ze behandelen het als een certificeringsproject. Iemand bij QHSE krijgt het erbij, er gaat een paar duizend euro budget naartoe, er wordt een assessment ingepland, klaar. Precies de valkuil waar de opstellers van de norm voor probeerden te waarschuwen.
Veiligheidsladder niveau 3 (nog vaak "trede 3" genoemd uit gewoonte, maar het veld noemt het inmiddels "niveau" nu VCA-MAX er ook bij hoort) meet niet je papierwerk. Het meet of je organisatie daadwerkelijk anders over veiligheid denkt. Melden mensen bijna-ongelukken zonder dat het ze wordt opgedragen? Voelt een voorman zich vrij om toe te geven dat er een bocht is afgesneden? Is veiligheid een boardroom-onderwerp, of wordt het naar beneden gedelegeerd tot het op het bureau van een uitvoerder belandt? Dat laatste weegt zwaarder dan het klinkt. Veiligheidscultuur bij een projectleider of uitvoerder parkeren is de meest gemaakte fout, zeggen adviseurs die dit traject begeleiden. Als de directie niet zichtbaar de kar trekt, wordt de certificering theater. Auditors zien het verschil tussen een bedrijf dat veilig werkt en een bedrijf dat heeft geleerd om dertig minuten lang veilig te doen tijdens een audit.
Er gaat op dit moment een aanname rond die niet klopt: wie VCA Max heeft, voldoet automatisch aan de niveau 3-eis. Dat is niet per se zo. De governance code die deze verplichting in het leven riep, noemt specifiek Safety Culture Ladder niveau 3. VCA Max is later ontwikkeld, deels omdat de VCA-wereld niet aan de kant wilde staan van een beweging die snel groter werd zonder hen. Of jouw opdrachtgever VCA Max accepteert als gelijkwaardig bewijs, bepaalt die opdrachtgever zelf. Dat betekent dat de eerste stap, voordat je voor welk certificeringsspoor dan ook kiest, niet het bellen van een adviesbureau is. Het is het bellen van je opdrachtgever. Vraag precies wat er gevraagd wordt en welk bewijs geaccepteerd wordt. Bedrijven die deze stap overslaan, komen aan het einde van een certificeringstraject uit dat niet aansluit op wat de aanbesteding daadwerkelijk eiste. Die tijd en dat geld krijg je niet terug.
Nog iets om te weten als je veel met onderaannemers werkt: de verplichting geldt niet automatisch met terugwerkende kracht, en cascadeert ook niet automatisch naar je onderaannemers tenzij je eigen opdrachtgever dat eist. Maar als je als hoofdaannemer het risico op een project draagt, is vragen hoe je onderaannemers over veiligheidscultuur denken, niet alleen of ze de juiste schoenen dragen, sowieso de eerlijkere vraag om te stellen.
De adviseurs die deze certificeringstrajecten begeleiden komen steeds op hetzelfde punt terug: dit is niet nog een toolboxmeeting of nog een inspectieronde. Het gaat erom of je organisatie het normaal is gaan vinden om, nadat er iets misging, te vragen wat we anders hadden kunnen doen, in plaats van het dossier te sluiten en door te gaan. Dat is lastiger te bouwen dan een afvinklijstje, en ook lastiger te bewijzen tijdens een audit tenzij je kunt laten zien dat het daadwerkelijk gebeurt. Hier verdient de bijeenkomsten module van VeiligWerk zijn plek: toolboxsessies, incidentbesprekingen en QHSE-overleggen worden vastgelegd met wie erbij was en wat er echt besproken is. Niet alleen dát er een overleg was, maar dat de dieperliggende vraag ook daadwerkelijk gesteld werd. Als een auditor bewijs wil van een levende veiligheidscultuur in plaats van een gedocumenteerde, is dat de verslaglegging die het verschil maakt.
Niveau 3 is meerdere keren uitgesteld voordat het uiteindelijk inging. Die geschiedenis zegt iets: de norm verdwijnt niet, en wordt ook niet zachter. Organisaties die het behandelen als een echte verschuiving in hoe de directie over veiligheid praat, komen er zonder veel drama doorheen. Degenen die het als papierwerk behandelen, zijn degenen die middenin een audit moeten uitleggen waarom het certificaat niet overeenkomt met de cultuur.